Over BG

Organisatie

Bezinningsgroep Energie (BG) is opgericht in 1974. De Bezinningsgroep valt onder de Stichting Energie en Samenleving (SES) die als hoofddoel 'het bevorderen van een beter inzicht in de maatschappelijke implicaties van de energievoorziening' heeft.
De Bezinningsgroep Energie telt momenteel 70 leden. Zij nemen op persoonlijke titel deel aan de discussies. Nieuwe leden worden voorgedragen door huidige leden of kunnen zichzelf aanmelden door een een motivatiebrief en CV te sturen naar het secretariaat van de Bezinningsgroep Energie. Het Bestuur en de Bezinningsgroep beslissen over het lidmaatschap. De ledencontributie gaat via de Stichting Energie en Samenleving loopt (zie hieronder) en bedraagt jaarlijks 250 euro.

De kosten van de reguliere BG-bijeenkomsten en activiteiten worden grotendeels gedekt met deze ledencontributies. CE Delft ondersteunt de Bezinningsgroep door de ledenadministratie en het secretariaat te voeren. Een enkele keer buigt CE Delft zich – tegen een gereduceerd tarief – over een inhoudelijke vraagstuk en brengt daarover advies uit.

Bestuur

Joop Oude Lohuis is sinds november 2017 voorzitter van de Bezinningsgroep. Kees den Blanken en Reinier van der Veen (CE Delft) zijn secretaris. Merel Verbeek van CE Delft verzorgt het secretariaat.
Eerdere voorzitters waren Sible Schöne (2008-2017), ir. Jan Paul van Soest (2001-2007), prof. dr. ir. Pier Vellinga (1998-2001), prof. dr. Wim C. Turkenburg (1988-1998) en prof. ir. Eric-Jan Tuininga (1974-1988).

Stichting Energie en Samenleving

Stichting Energie en Samenleving (SES) is de formele paraplu waaronder de Bezinningsgroep valt. De stichting draagt zorg voor de financiën en administratie. SES heeft een eigen – onbezoldigd - bestuur. In 2018 is Lianda Sjerps-Koomen voorzitter, Fokke Goudswaard secretaris en Bouwe Taverne penningmeester van de stichting.

De inkomsten van de stichting bestaan uit ledencontributies en projectgebonden financiering met incidentele donaties van het bedrijfsleven. Hiermee worden de kosten voor de maandelijkse vergaderingen, studies en publicaties en het secretariaat betaald.
Daarnaast worden specifieke BG-activiteiten financieel ondersteund. Deze activiteiten zijn gericht op een bepaald onderwerp en dienen altijd een breder doel. Daarbij staan inhoud en financiering los van elkaar. Zo is het BG-Jubileumcongres ‘De Doorbraak van Duurzaam’ (2014) in Amsterdam grotendeels gefinancierd met donaties van ABN AMRO, Duurzame Energie Koepel, Eneco, Essent, Gasterra, HIER Klimaatbureau, PWC en Triodos Bank.

Geschiedenis

Het begin: oprichting Bezinningsgroep

De oprichting van de Bezinningsgroep Energie in 1974 is nauw verbonden aan de opkomst van de antikernenergiebeweging in Nederland. Begin jaren zeventig was het Nederlandse kernenergiebeleid nog overwegend positief. Er waren plannen om in drie decennia dertig kerncentrales te bouwen om aan de groeiende energievraag te kunnen voldoen. Maar langzaam groeide de kritiek op kernenergie.

Een aantal kritische wetenschappers nam het initiatief een alternatieve Kernenergienota te schrijven. Hierin werd niet alleen kernenergie kritisch bevraagd, maar ook kanttekeningen geplaatst bij de vermeende groeivraag van energie. De nota zwengelde het maatschappelijk debat rond kernenergie aan.  De auteurs van de alternatieve energienota verenigden zich in een werkgroep, die ook de Stichting Energie en Samenleving oprichtte en tevens de bakermat vormde van de Bezinningsgroep Energie.

In het kabinet-Den Uyl waren zowel voorstanders als tegenstanders van kernenergie vertegenwoordigd. Zo was minister van Economische zaken Ruud Lubbers groot voorstander. Boy Trip, minister van Wetenschapsbeleid, vroeg de hulp van de werkgroep om hem te voorzien van argumenten in het kernenergiedebat. Dit leidde uiteindelijk tot de bezinningsnota Energie, die verscheen op 1 september 1974. De auteurs stelden hierin een beziningsperiode van vijf jaar voor, waarin nut, noodzaak en wenselijkheid van kerncentrales verder onderzocht konden worden.

Kort hierna kondigde Lubbers in zijn Energienota de bouw van drie kerncentrales aan. De groep van 23 auteurs liet het er niet bij zitten en verenigde zich onder de naam Bezinningsgroep Energiebeleid. Ze schreef de Tweede Bezinningsnota Kernenergie die in november 1975 uitkwam. Hierin werd de bezinningsperiode nader toegelicht en onderbouwd. In januari 1976 volgde een paginagrote advertentie in de landelijke dagbladen: ‘Leden van de Tweede Kamer, geef ons het voordeel van de twijfel’. Deze oproep werd ondertekend door meer dan 1200 wetenchappers.

Dit resulteerde uiteindelijk in uitstel van de plannen kerncentrales te bouwen. Aan de hieropvolgende brede maatschappelijke discussie over kernenergie namen diverse leden van de Bezinningsgroep deel.

De jaren erna

De groep ontwikkelde zich tot een onafhankelijke denktank op het gebied van energie en milieu. In de beginjaren was de bezinningsgroep een studie-, werk- en actiegroep waar veel gedebatteerd werd. Het uitwisselen van informatie over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energie en milieu speelde een belangrijk rol. Dit leidde tot nota’s, brieven of publicaties, meestal gericht aan leden van de Tweede Kamer of aan de minister van Economische Zaken.

Medio jaren negentig trad er in de werkzaamheden van de bezinningsgroep een verschuiving op. De bijeenkomsten werden meer thematisch gericht en er werden steeds vaker externe deskundigen uitgenodigd. Omstreeks 2000 werd de naam van de groep veranderd in Bezinningsgroep Energie. Verdieping van kennis rond een thema, uitwisseling van inzichten, en debat zijn nu de belangrijkste activiteiten. Maar nog steeds leidt dit af en toe tot een brief naar Den Haag of het schrijven van een nota.

Van kernenergie naar duurzame energie

Het kernenergievraagstuk speelde tot aan de kernramp in Tsjernobyl een grote rol binnen de bezinningsgroep. Toen pas werd besloten voorlopig af te zien van de bouw van nieuwe kerncentrales en een periode van herbezinning in te lassen. Ook de kernramp in Fukushima in 2011 is er mede debet aan dat de plannen voor een nieuwe kerncentrale in Borssele op een laag pitje staan.

Klimaatverandering als gevolg van de uitstoot van CO2 kwam in 1980 op de agenda van de bezinningsgroep, in relatie tot de noodzaak schoner en efficiënter met fossiele brandstoffen om te gaan. Pas na de publicatie van het Brundtlandrapport in 1986 krijgt het klimaatvraagstuk een prominente plaats in de activiteiten van de bezinningsgroep. Daarbij ligt het accent op het voorkómen van de uitstoot van broeikasgassen, met name CO2. Uiteraard krijgen de mogelijkheden van energiebesparing en het toepassen van hernieuwbare energiebronnen daarbij veel aandacht.

Steeds, met name het laatste decennium, staat de transitie naar een duurzame energievoorziening centraal. Hoe kunnen we de toegang tot energiebronnen voor iedereen mogelijk maken, hoe kunnen we de uitstoot van CO2 in het energiesysteem tot nul terugbrengen? Hoe kunnen we de betrouwbaarheid en voorzieningszekerheid garanderen, als we veel van fluctuerende energiebronnen gebruik gaan maken? En hoe kunnen wede betaalbaarheid van onze energievoorziening borgen?

Lees ook dit uitgebreide artikel van Wim Turkenburg over de geschiedenis van BG: 40 Jaar Bezinningsgroep Energie. Van rebellenclub tot denktank en gids in energieland (blz 11-23).